ECLI:NL:GHAMS:2014:4123
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging aangever in douaneaangiften op grond van artikel 78 CDW
Belanghebbende diende elf aangiften in voor het in het vrije verkeer brengen van goederen op eigen naam en voor eigen rekening. Na afloop verzocht zij om herziening van deze aangiften zodat een andere persoon als aangever zou worden aangemerkt, op grond van artikel 78 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW). De inspecteur wees dit verzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stond centraal of artikel 78 CDW Pro de mogelijkheid biedt om achteraf de aangever te wijzigen. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Handboek Douane deze wijziging toestaan, terwijl de inspecteur en het Hof dit betwistten.
Het Hof overwoog dat artikel 78, derde lid, CDW weliswaar een ruime mogelijkheid tot herziening biedt, maar dat de persoon van de aangever een sleutelrol vervult binnen het douanerecht en niet tot de douaneregeling zelf behoort. Wijziging van de aangever zou een geheel nieuwe aangifte betekenen en is daarom niet mogelijk via artikel 78 CDW Pro. De jurisprudentie over wijziging van andere elementen zoals exporteur of douaneregeling is niet van toepassing op de aangever.
Het Handboek Douane biedt een coulanceregeling voor wijziging van de aangever binnen zes weken na aangifte, maar deze regeling is begunstigend beleid en kan niet leiden tot een in rechte te beschermen vertrouwen. Belanghebbende voldeed niet aan de voorwaarden van deze regeling.
De conclusie is dat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De kosten worden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd dat wijziging van de aangever achteraf niet mogelijk is.