ECLI:NL:GHAMS:2014:296
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens late aankondiging
In deze zaak stond de vordering van het Openbaar Ministerie centraal om wederrechtelijk verkregen voordeel ontnomen te krijgen van de veroordeelde, die was veroordeeld voor het telen van hennep. De politierechter had de veroordeelde veroordeeld en tevens een ontnemingsvordering toegewezen. De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen deze ontnemingsvordering.
Tijdens het hoger beroep oordeelde het gerechtshof dat het Openbaar Ministerie niet tijdig, namelijk uiterlijk bij het requisitoir, heeft aangekondigd dat het voornemens was een ontnemingsvordering in te stellen. De aankondiging vond pas een maand later plaats, terwijl het vonnis in de strafzaak inmiddels onherroepelijk was geworden. Dit verzuim heeft de belangen van de veroordeelde geschaad, omdat hij mocht vertrouwen dat de zaak definitief was afgerond.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter voor zover het de ontnemingsvordering betrof en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in deze vordering. Hiermee werd het belang van de verdachte beschermd tegen een onverwachte en late aanspraak op ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens het niet tijdig aankondigen van deze vordering.