Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
22 april 2014.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de nietigheid van een effectenleaseovereenkomst centraal, waarbij de echtgenote van de geïntimeerde de overeenkomst vernietigbaar acht wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming. Dexia Nederland B.V. betwist dit en beroept zich op verjaring van de vernietigingsvordering.
De kantonrechter stelde een bewijsvermoeden ten gunste van Dexia vast, gebaseerd op het feit dat betalingen vanaf een en/of-rekening werden verricht. Na het horen van getuigen oordeelde de kantonrechter dat dit vermoeden was weerlegd, waardoor de nietigheid tijdig was ingeroepen. Dexia ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof bevestigt het oordeel van de kantonrechter. De argumenten van Dexia, waaronder veronderstellingen over eerdere bekendheid van de echtgenote met effectenlease-overeenkomsten, zijn onvoldoende om het bewijsvermoeden te handhaven. De getuigenverklaringen ondersteunen de weerlegging van het vermoeden. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis en veroordeelt Dexia in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de nietigheid van de leaseovereenkomst wordt bevestigd en veroordeelt Dexia in de proceskosten.