Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[Geïntimeerde sub 1],
de vennootschap onder firma [Geïntimeerde sub 2] V.O.F.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak tussen een Duitse vennootschap en een Nederlandse vennootschap onder firma staat centraal of pasteus schilderen met olieverf, zoals toegepast door de geïntimeerde, in de periode 1991-1995 als normaal gebruik van de verf kan worden beschouwd.
Het hof baseert zich op deskundigenrapporten, waaronder een nader bericht van 5 mei 2013, waarin bevestigd wordt dat deze schilderwijze gebruikelijk was. De door appellante ingeschakelde deskundige erkent dat pasteus schilderen niet ongebruikelijk was, maar noemt het riskant. Het hof volgt de deskundige Blotkamp en verwerpt het standpunt van appellante dat alleen dunne lagen op een droge onderlaag normaal zijn.
Verder wordt de vraag behandeld of het druipen van verf na jaren een bekend verschijnsel was binnen professionele kringen, waarvoor nog een aanvullende deskundige kan worden benoemd. De eisvermeerdering van geïntimeerde wordt afgewezen wegens schending van de twee-conclusieregel. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere proceshandelingen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat pasteus schilderen met olieverf normaal gebruik is en wijst de eisvermeerdering af wegens niet-naleving van de twee-conclusieregel.