Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- akte van [geïntimeerde];
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
15 april 2014.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de nietigheid van effectenleaseovereenkomsten tussen Dexia Nederland B.V. en [geïntimeerde] centraal, waarbij de echtgenote van [geïntimeerde] de nietigheid heeft ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming. Dexia stelde zich op het standpunt dat de vordering tot vernietiging van de echtgenote was verjaard.
De kantonrechter had een bewijsvermoeden aangenomen dat de echtgenote bekend was met de leaseovereenkomsten, gebaseerd op betalingen vanaf een en/of-rekening, maar dit vermoeden werd door getuigenverklaringen weerlegd. Het hof bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat Dexia onvoldoende heeft gesteld om aan te tonen dat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief van 31 augustus 2004 op de hoogte was van de overeenkomst.
Het hof concludeert dat de leaseovereenkomsten als koop op afbetaling (huurkoop) moeten worden aangemerkt en dat de echtgenote krachtens artikel 1:89 BW Pro het recht had om de overeenkomst te vernietigen. De vordering is niet verjaard, zodat de nietigheid terecht is aangenomen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Dexia in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de nietigheid van de leaseovereenkomst wordt aangenomen en veroordeelt Dexia in de kosten.