Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[Z],belanghebbende,
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het verzoek tot herziening van een uitspraak over navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen in de inkomstenbelasting over de jaren 1990-1999. Dit verzoek volgde op eerdere cassatie en terugwijzing door de Hoge Raad.
Belanghebbende stelde dat de identificatie van haar als rekeninghoudster op basis van microfiches onrechtmatig verkregen bewijs betrof en wilde uitsluiting van dit bewijs. Het Hof oordeelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aan de wettelijke criteria voor herziening voldeden.
Het Hof verwierp de stellingen over onrechtmatigheid en misidentificatie, mede omdat belanghebbende onvoldoende concrete feiten had gesteld en de relevante buitenlandse uitspraken niet had overgelegd. Het verzoek tot nader onderzoek of het horen van getuigen werd eveneens afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat de microfiches als bewijs mogen worden gebruikt en dat het herzieningsverzoek niet ontvankelijk is wegens het ontbreken van nieuwe, relevante feiten die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot bewijsuitsluiting van microfiches leiden.