Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
AMECO V.O.F.,
mr. C.I.M. Molenaarte Amsterdam.
mr. I.N. Maaskantte Hoofddorp.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure staat de betrokkenheid van de gebroeders geïntimeerde bij de heling van runderslachtafval van Ameco centraal. Het hof heeft op basis van diverse verklaringen en bewijsstukken vastgesteld dat kratten met gestolen runderslachtafval via de bedrijfsruimte van geïntimeerde werden doorgeleverd aan derden, waaronder Slagerij Z. De verdachte A is strafrechtelijk veroordeeld voor de diefstal, terwijl de strafzaak tegen geïntimeerde is geseponeerd.
Diverse getuigenverklaringen, facturen en verklaringen van betrokkenen zoals A, X, Verbij en andere getuigen tonen aan dat geïntimeerde op de hoogte was van de diefstal en betrokken was bij de doorverkoop. De ontkennende verklaringen van de gebroeders geïntimeerde worden door het hof onvoldoende geacht, mede vanwege het ontbreken van plausibele verklaringen en het niet informeren van Ameco.
Het hof stelt een bewijsvermoeden vast van betrokkenheid bij heling en doorverkoop en biedt geïntimeerde de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren, zowel schriftelijk als via getuigenverhoor. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit tegenbewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof acht voorshands bewezen dat geïntimeerde betrokken waren bij heling en doorverkoop van gestolen runderslachtafval en stelt hen in de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs.