ECLI:NL:GHAMS:2013:4876
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdige naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks niet-aangetekende verzending
Belanghebbende, een ondernemer in de distributiesector, ontving een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2006, opgelegd door de inspecteur op 30 december 2011. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank waarin de heffingsrente werd beperkt, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de bevestiging van de naheffingsaanslag en heffingsrente.
Het geschil betrof de vraag of de naheffingsaanslag tijdig was opgelegd binnen de vijfjaarsverjaringstermijn van artikel 20, lid 3, Awr, en of de aanslag rechtsgeldig was bekendgemaakt, aangezien deze niet per aangetekende post was verzonden. Het hof oordeelde dat de dagtekening van het aanslagbiljet bepalend is voor de vaststelling en dat verzending binnen de termijn voldoende is, ongeacht de wijze van verzending.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur onvoldoende voortvarend was geweest en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, maar deze gronden werden verworpen. Het hof achtte de inspecteur tijdig en zorgvuldig te werk gegaan en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt bevestigd.