ECLI:NL:GHAMS:2013:4813
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep curatoren wegens verval memorie van grieven
Curatoren, handelend als curator in het faillissement van Bouwbedrijf Midreth B.V., zijn in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de rechtbank Amsterdam. Zij hebben tevens incidenteel gevorderd dat hun vorderingen op grond van artikel 843a Rv alsnog worden toegewezen. Het hof heeft echter vastgesteld dat curatoren het recht op het nemen van een memorie van grieven hebben verloren door het niet tijdig indienen daarvan, ondanks een rolbeslissing die duidelijk maakte dat de termijnen doorliepen.
Curatoren stelden dat het gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat de procedure niet ambtshalve peremptoir stond en dat de stukken in het incident van doorslaggevend belang waren voor de hoofdzaak. Het hof overwoog dat het toepasselijke pilotreglement alle termijnen ambtshalve handhaaft, ook tijdens incidenten, en dat curatoren tijdig bezwaar hadden moeten maken tegen de rolbeslissing.
Verder oordeelde het hof dat de incidentele vordering niet eerst en vooraf behandeld hoefde te worden, omdat curatoren onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij daardoor in hun procesvoering werden geschaad. Het verzoek om afwijkende procesvoering werd afgewezen en curatoren werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De incidentele vordering werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Curatoren worden niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens verval van het recht op het nemen van een memorie van grieven.