Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Besluit Mandaatverlening Belastingdienst/Douane Noord 2008
Mandaatbesluit Belastingdienst/Douane
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende werd geconfronteerd met vier uitnodigingen tot betaling (UTB) van douanerechten, die zij betwistte op grond van vermeende onbevoegdheid van de inspecteur, het vervullen van voorwaarden voor afzien van navordering en schending van het verdedigingsbeginsel.
Het Hof stelde vast dat de inspecteur en diens gemandateerde ambtenaren bevoegd waren de UTB's uit te reiken, ook al werd het mandaatregister digitaal bijgehouden en was de inspecteursbevoegdheid niet geografisch beperkt. Het OLAF-rapport toonde aan dat de preferentiële certificaten Form A waren gebaseerd op onjuiste informatie door exporteurs, waardoor geen sprake was van vergissing door de bevoegde autoriteiten.
De stelling van belanghebbende dat de Nederlandse douane een actieve gedraging had verricht door het niet controleren van certificaten werd verworpen, mede omdat controle achteraf kan plaatsvinden en de douane een selectie mag maken. Ook werd geoordeeld dat belanghebbende niet wezenlijk in haar verdedigingsbelangen was geschaad door de korte reactietermijn op het voornemen tot navordering.
Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingen worden bevestigd.