Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen waren gehuwd sinds 1986 en zijn in 2013 gescheiden. De man is arbeidsongeschikt en verkocht zijn onderneming in 2012 aan zijn halfbroer. De vrouw vorderde een hogere partneralimentatie gebaseerd op een fictief hoger inkomen van de man, stellende dat de verkoop onnodig en onder de waarde was.
Het hof oordeelt dat de inkomensvermindering door verkoop van de onderneming verwijtbaar is, omdat de man zich had moeten onthouden van deze gedragingen gezien zijn onderhoudsplicht. De man kon niet aannemelijk maken dat hij gedwongen was tot verkoop, noch dat financiering onmogelijk was.
De draagkracht van de man wordt berekend op basis van het gemiddelde resultaat van zijn ondernemingen in 2009-2011, verminderd met een redelijke woonlast en rekening houdend met zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering en inkomsten uit een nieuwe onderneming. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1.735 per maand, omdat een hoger bedrag de man zou brengen onder 90% van de bijstandsnorm.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1.735 per maand wegens verwijtbaar inkomensverlies door verkoop onderneming.