ECLI:NL:GHAMS:2013:4159
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.E. Buitendijk
- R.G. Kemmers
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderhoudsbijdrage ondanks ontbreken juridische ouderrelatie
Partijen waren gehuwd en hebben twee kinderen uit verschillende relaties, waarbij de juridische ouderrelaties niet aan appellante en geïntimeerde toekwamen voor elk van de kinderen. In het ouderschapsplan werd een onderhoudsbijdrage overeengekomen die appellante aan geïntimeerde betaalt voor de verzorging en opvoeding van de kinderen.
Appellante verzocht in hoger beroep om de onderhoudsbijdrage voor het oudste kind per 21 januari 2010 en voor het jongste kind per 1 september 2012 op nihil te stellen, omdat zij geen juridische ouder is van het oudste kind en het jongste kind sinds september 2012 bij de man woont. Zij baseerde dit op artikel 1:401 BW Pro betreffende overeenkomsten tot levensonderhoud.
Het hof oordeelde dat de afspraken geen overeenkomst tot levensonderhoud zijn zoals bedoeld in boek 1 BW, omdat alleen juridische ouders zulke overeenkomsten kunnen sluiten. De onderhoudsbijdrage vloeit voort uit een morele verplichting die via het echtscheidingsconvenant rechtens afdwingbaar is gemaakt, maar niet onder artikel 1:401 BW Pro valt.
Ook het verzoek tot schorsing van de betaling van de onderhoudsbijdrage werd afgewezen omdat het vonnis in kort geding reeds in kracht van gewijsde is gegaan en de wettelijke grondslag voor schorsing ontbreekt.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar verzoek tot schorsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar verzoek tot schorsing van de onderhoudsbijdrage.