Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Het oordeel van de rechtbank
(Hof: belanghebbende)betoogt, ziet de rechtbank in de bepalingen die de bijzondere regeling voor beleggingsgoud vormen (hoofdstuk 5 van de Btw-richtlijn) geen aanwijzing dat voor deze regeling een andere definitie van het begrip ‘belastingplichtige’ zou gelden dan die bedoeld in titel III, artikel 9 van Pro de Btw-richtlijn.
(Hof: de inspecteur)de verzoeken om teruggaaf terecht heeft afgewezen. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.”