Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
lotsom
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende stelde zich kandidaat voor het algemeen bestuur van een hoogheemraadschap en werd verkozen. Later bleek dat twee van de tien ondersteunershandtekeningen vals waren, wat leidde tot herverkiezingen en een civiele procedure waarin belanghebbende onrechtmatig werd bevonden en een schadevergoeding moest betalen.
In de aangifte inkomstenbelasting over 2007 gaf belanghebbende de betaalde schadevergoeding en rechtsbijstandskosten op als kosten uit overige werkzaamheden. De inspecteur weigerde deze aftrek, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de frauduleuze handelingen zo ver buiten het normale bereik van de werkzaamheden lagen dat de kosten niet als zakelijke kosten konden worden aangemerkt. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat er geen sprake was van een bewuste standpuntbepaling van de inspecteur die vertrouwen kon wekken.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De kosten voortvloeiend uit de onrechtmatige gedragingen konden niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden worden gebracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding en rechtsbijstandskosten zijn niet aftrekbaar als kosten uit overige werkzaamheden.