Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. G de Gelderte Woudenberg,
mr. T.J.P. Jagerte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Kosten
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft het geschil tussen appellant en ING over de vraag of ING als hypotheekhouder gerechtigd was om de courtagenota van de makelaar bij de verkoop van een appartementsrecht in haar aflossingsnota op te nemen. Appellant was erfgenaam van zijn overleden broer en had het appartementsrecht in kwestie in eigendom. ING stuurde aflossingsnota's waarin ook de courtagekosten van de makelaar waren opgenomen, hetgeen appellant betwistte.
De voorzieningenrechter wees de vordering van appellant af, stellende dat ING op grond van artikel 8 van Pro haar Algemene Bepalingen bevoegd was deze kosten voor rekening van appellant te voldoen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat ING geen garantie had gegeven voor de courtage en dat de makelaar zijn werkzaamheden niet had voortgezet op basis van een toezegging van ING.
Het hof oordeelde dat het artikel 8 alleen Pro ziet op kosten ter handhaving en uitoefening van de rechten van ING en dat geen aanwijzingen waren dat ING de courtage had gegarandeerd om de werkzaamheden van de makelaar te waarborgen. De stellingen van ING konden niet worden onderbouwd met stukken of verklaringen. Het hof vernietigde daarom het vonnis voor zover appellant in de proceskosten was veroordeeld en veroordeelde ING in de kosten van beide instanties en tot terugbetaling van een deel van de proceskosten aan appellant.
Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 25 juni 2013.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover appellant in de proceskosten is veroordeeld en veroordeelt ING tot terugbetaling van € 1.391,- aan appellant en betaling van de proceskosten.