Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2006 gehuwd en in 2012 gescheiden. De man is werkzaam bij een bank met een inkomen rond €125.000, de vrouw is alleenstaand en lijdt aan een psychotische stoornis, waardoor zij niet in eigen levensonderhoud kan voorzien.
De man verzocht de partneralimentatie te beëindigen of te beperken, onder meer vanwege vermeende grievende gedragingen van de vrouw en haar vermeende verdiencapaciteit. De vrouw vorderde juist een hogere alimentatie en een bijdrage in de kosten van een gezamenlijk appartement in Italië.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de onderhoudsplicht moet worden beëindigd of beperkt. De behoefte van de vrouw is vastgesteld op €5.403 netto per maand, haar draagkracht is nihil. De draagkracht van de man is berekend op basis van zijn inkomen en lasten, inclusief volledige hypotheeklasten van het appartement in Italië. De alimentatie is vastgesteld op €3.195 per maand met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Verzoeken tot wijziging van de ingangsdatum en tot vergoeding van de kosten van het appartement zijn afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man moet vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking €3.195 per maand partneralimentatie betalen aan de vrouw.