Uitspraak
mr. E.M. Lieuw Onte Amsterdam,
mr. I.M.C.A. Reinders Folmerte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele hoger beroepsprocedure heeft het gerechtshof Amsterdam op 10 januari 2012 een tussenarrest gewezen. Het hof verwijst naar dat arrest voor het verdere verloop tot die datum. Na dat tussenarrest heeft appellant een akte uitlaten na tussenarrest genomen, waarop geïntimeerde heeft gereageerd met een antwoordakte. Partijen hebben vervolgens verzocht om arrest te wijzen.
Bij het laatste tussenarrest is appellant in de gelegenheid gesteld om de onherroepelijke resultaten van de salarisbegroting, bedoeld in artikel 32 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken, door de Raad van Toezicht bij akte in het geding te brengen. Hiervoor is een termijn van ruim een jaar gegund. Uit de correspondentie blijkt dat appellant het begrotingsverzoek pas op 14 januari 2013 heeft ingediend, omdat hij het originele dossier aan de opvolgend advocaat van geïntimeerde moest overdragen en relevante delen van het schaduwdossier verloren zijn gegaan.
Hoewel het hof de stelling van appellant als vaag beoordeelt, verbindt het geen nadelige consequenties aan het late verzoek en verwijst de zaak met een ruime termijn naar de rol opdat appellant alsnog de gevraagde gegevens kan overleggen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze gegevens zijn ingebracht en geïntimeerde daarop heeft kunnen reageren.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor nader overleg van salarisbegrotingsgegevens.