ECLI:NL:GHAMS:2014:328

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2014
Publicatiedatum
13 februari 2014
Zaaknummer
200.002.738
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Wet tarieven in burgerlijke zaken
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolg hoger beroep met uitstel voor overlegging salarisbegroting advocaat

In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2014 een vervolguitspraak gedaan waarin het opnieuw uitstel verleent aan appellant voor het overleggen van de onherroepelijke resultaten van de salarisbegroting door de Raad van Toezicht, bedoeld in artikel 32 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken.

Appellant had een brief van de Amsterdamse Orde overgelegd waarin werd aangegeven dat het dossier gereed wordt gemaakt voor begroting en dat verdere behandeling enige tijd zal duren. Omdat geïntimeerde geen onjuistheid van deze mededeling heeft gesteld, gaat het hof ervan uit dat appellant nog niet in staat is de gevraagde gegevens te overleggen.

Het hof verleent daarom wederom een termijn van een half jaar en verwijst de zaak naar de rol van 12 augustus 2014 voor het nemen van een akte door appellant, waarna geïntimeerde mag reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Het hof verleent uitstel voor overlegging salarisbegroting en houdt verdere beslissing aan tot 12 augustus 2014.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer: 200.002.738/01
zaaknummer rechtbank 341212/HA ZA 06-1250 (Amsterdam)
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 februari 2014
inzake
[APPELLANT],
wonend te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. E.M. Lieuw On, te Amsterdam,
t e g e n
[GEÏNTIMEERDE],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
geïntimeerde,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft op 26 maart 2013 een (vierde) tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot die datum verwijst het hof naar dat arrest.
Vervolgens heeft [appellant] een akte uitlaten na tussenarrest genomen en daarbij een productie overgelegd. [geïntimeerde] heeft afgezien van het nemen van een antwoordakte.
Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1.
Bij het laatste tussenarrest is [appellant] wederom in de gelegenheid gesteld de onherroepelijke resultaten van de in artikel 32 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken bedoelde begroting van zijn salaris door de Raad van Toezicht bij akte in het geding te brengen. Daarbij is hem een nadere termijn van een (klein) half jaar gegund.
2.2.
[appellant] heeft bij zijn daarna genomen akte een brief overgelegd van de Amsterdamse Orde van 10 september 2013, welke als volgt luidt:
“(…)
Inzake: begroting declaratie d.d. 20 januari 2006 van [appellant] (…) ten laste van de heer [geïntimeerde] (…) 1302;
(…)
Het dossier zal thans gereed worden gemaakt voor begroting. Zodra de raad van toezicht een beslissing heeft genomen wordt u nader geïnformeerd. U dient er rekening mee te houden dat met de verdere behandeling van het dossier nog enige tijd gemoeid zal zijn.
(…)”
2.3.
In zijn akte stelt [appellant], zakelijk, dat hij na de zojuist geciteerde brief niets meer van de Raad van Toezicht heeft vernomen en om die reden nog niet in staat is de door het hof gevraagde gegevens te overleggen. Hij verzoekt andermaal om een ruim uitstel.
2.4.
Omdat [geïntimeerde] niet heeft gesteld - noch is gebleken - dat de door [appellant] gedane mededeling onjuist is, zal het hof van de juistheid ervan uitgaan en [appellant] wederom een uitstel van een half jaar verlenen.
2.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 12 augustus 2014 voor het nemen van een akte door [appellant] om de onder 2.1 van dit arrest bedoelde gegevens over te leggen, waarna [geïntimeerde] daarop zal mogen reageren;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, C. Uriot en J.W. Hoekzema, en is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2014 door de rolraadsheer.