Uitspraak
mr. M.F.J. Martenste Den Bosch,
mr. A.R. Jaarsmate Vinkeveen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert geïntimeerde betaling van een geldlening van €25.000 met rente van appellant. Appellant betwist de vordering en voert aan dat geïntimeerde hem heeft bedreigd en de exploitatie van gokkasten heeft belemmerd, waardoor hij niet kon betalen.
Het hof stelt vast dat appellant onvoldoende concrete feiten heeft gesteld die aantonen dat de bedreigingen of het onbruikbaar maken van gokkasten hem feitelijk hebben verhinderd zijn betalingsverplichtingen na te komen. De aangifte van bedreiging wordt niet ondersteund door derdenverklaringen en het hof laat de ernst ervan in het midden.
Verder blijkt uit stukken dat storingen aan gokkasten niet aan geïntimeerde zijn toe te rekenen en dat monteurs door appellant of zijn medewerkers werden belemmerd in herstelwerkzaamheden. Ook de psychische gesteldheid van appellant is onvoldoende concreet betrokken.
Het hof wijst alle grieven van appellant af en bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt appellant tot betaling van €25.000 met rente en de proceskosten.