Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord.
2.Feiten
3.Beoordeling
Mijn cliënt is bereid onder de hierna nader geformuleerde voorwaarden voor deze klantenlijst toe te staan dat op de goodwillvergoeding van € 125.000,= een bedrag van € 5.000,= in mindering gebracht wordt door uw cliënte. Hij schat in dat de kosten van het voeren van een kortgeding over het non-concurrentiebeding en de verdeling van het ontbonden vennootschapsvermogen hem ook dit bedrag kost. Verder schat mijn cliënt dat er ongeveer tweeduizend klanten door de onderneming van de v.o.f. worden bediend: zestig à zeventig klanten hebben dan een waarde van circa € 3.300,=.”
De klanten die uw cliënt toebedeeld wenst te krijgen moeten worden afgerekend op basis van dezelfde formule als waarvoor [appellante] het aandeel van [geïntimeerde] overneemt. Niet meer en niet minder. [appellante] heeft dat van meet af aan gesteld. De waarde die u noemt van € 3.300 (voor de op de lijst genoemde 63 klanten) zou ik na moeten rekenen. Daarvoor heb ik nog niet de gelegenheid gehad. Vooralsnog neem ik aan dat de € 3.300,00 de doorloopprovisie vertegenwoordigt van die klanten, zodat je op een overnamesom komt van 2,75 maal € 3.300, resulterend in € 9.075. Voor dit moment zou ik graag vast de bevestiging hebben over het uitgangspunt van die afrekening.
In aanmerking nemende dat:
- partijen voor gezamenlijke rekening en risico een vennootschap onder firma exploiteren sinds 1 maart 2007 (…) (hierna de vennootschap);
- partijen overeen zijn gekomen de vennootschap te ontbinden ten aanzien van [geïntimeerde]. [appellante] heeft vervolgens de wens te kennen gegeven de onderneming van de vennootschap toegedeeld te krijgen in welk kader zij voorgesteld heeft een derde te laten toetreden tot de vennootschap onder firma. Daarmee heeft [geïntimeerde] onder hierna te formuleren voorwaarden ingestemd. Feitelijk brengt dit mee dat de vennootschap onder firma voortgezet wordt en [geïntimeerde] uittreedt. Voor de gevolgen voor de positie van [geïntimeerde] nemen partijen aan dat de vennootschap onder firma – ten aanzien van [geïntimeerde] – ontbonden is en – na verdeling – eindigt. (…)
- in het kader van de verdeling en uittreding van [geïntimeerde] is [appellante] een bedrag van € 125.000,= (…) verschuldigd aan [geïntimeerde]. (…)
4. Partijen delen aan [geïntimeerde] toe de relaties die genoemd zijn op bijlage 2. (…).
5. Door ondertekening van deze overeenkomst verplicht [geïntimeerde] zich zijn advocaat te instrueren een bedrag van € 5.000,=, dat krachtens het in artikel 3 lid 2 van Pro deze overeenkomst bepaalde is betaald door [appellante], niet van de derdengeldenrekening van de advocaat aan hem door te laten betalen. Stichting Beheer Derdengelden houdt het bedrag van € 5.000,= tot het moment van de overdracht van de relaties (…) voor [geïntimeerde]. Vanaf het moment dat de in artikel 3 lid 5 bedoelde Pro relaties door [appellante] aan [geïntimeerde] overgedragen zijn, houdt Stichting Beheer Derdengelden (…) een bedrag van € 5.000,= voor [appellante]. Door ondertekening van deze overeenkomst instrueert [geïntimeerde] zijn advocaat op voorhand om op eerste schriftelijk verzoek (…) het bedrag van € 5.000,= aan [appellante] te betalen.”