Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof:lees op deze plaats “en”) van de giften € 538 niet aftrekbaar waren.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende had voor het jaar 2007 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting ontvangen, gebaseerd op een onderzoek waaruit bleek dat zijn toenmalige belastingadviseur onjuiste aftrekposten had opgevoerd. Deze adviseur was strafrechtelijk veroordeeld wegens fraude. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat de kwade trouw van de gemachtigde aan belanghebbende wordt toegerekend.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel. Het Hof stelde vast dat de inspecteur voldoende had gemotiveerd dat de gemachtigde te kwader trouw was geweest bij het claimen van aftrekposten voor ziektekosten en giften. Belanghebbende kon geen bewijs leveren ter ondersteuning van zijn standpunt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat voorlopige aanslagen geen definitief standpunt van de inspecteur binden.
Het Hof oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft gehandhaafd.