ECLI:NL:GHAMS:2012:BY4278
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurdersaansprakelijkheid voor naheffingsaanslag omzetbelasting 1997
Belanghebbende is als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een onbetaald gebleven naheffingsaanslag omzetbelasting over 1997 van de BV. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aansprakelijkstelling verminderd, maar het hof bevestigt deze aansprakelijkheid na verwijzing door de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de BV tijdig haar betalingsonmacht had gemeld conform artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 en het Uitvoeringsbesluit. Het hof oordeelt dat de brief van 25 juli 2001, waarin betalingsonmacht werd gemeld, niet tijdig was omdat de uiterste termijn op 24 juli 2001 lag. De mededelingen op het aanslagbiljet konden geen rechtsgeldig vertrouwen wekken op een latere melding.
Daarnaast is geoordeeld dat de regeling van bestuurdersaansprakelijkheid niet in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur of het EVRM. De omzetbelasting was terecht verschuldigd op grond van artikel 37 Wet Pro OB. Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen omdat de procedureduur niet onredelijk was.
Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van belanghebbende af. De proceskosten worden niet aan de ontvanger opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor de naheffingsaanslag omzetbelasting 1997 en wijst het beroep af.