ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2300
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- B.A. van Brummelen
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling douanerechten voor kledingmonsters wegens commerciële waarde en gebruik
Belanghebbende importeert kledingmonsters die worden gebruikt voor klantenwerving via agenten binnen de EU. De inspecteur legde een uitnodiging tot betaling (UTB) op wegens het onterecht toepassen van de vrijstellingscode C30 voor douanerechten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof oordeelt dat de kledingstukken kant-en-klare eindproducten zijn met een commerciële waarde, die niet onbruikbaar zijn gemaakt voor handelsdoeleinden. Deze monsters worden na klantenwerving ook verkocht, onder meer via sample sales, waardoor zij niet voldoen aan de materiële voorwaarden van artikel 91 van Pro Verordening 918/83, die vereist dat monsters slechts voor klantenwerving dienen en onbeduidende waarde hebben.
De brief van de inspecteur uit 2006, waarin procedurele voorwaarden voor vrijstelling worden beschreven, geeft geen materiële invulling van het begrip 'monsters' en wekt geen rechtens te honoreren verwachting. Er is geen sprake van een vergissing van de douaneautoriteiten die navordering zou uitsluiten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten bevestigd.