ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1666
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenlease: verjaring vernietigingsovereenkomsten en afwijzing dwalingsvordering
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam inzake effectenleaseovereenkomsten gesloten met Dexia. De kern van het geschil betreft de vraag of de vordering tot vernietiging van de leaseovereenkomsten is verjaard en of appellanten zich kunnen beroepen op dwaling en verjaring.
Het hof oordeelt dat appellanten niet geslaagd zijn in het tegenbewijs dat de echtgenote van appellant sub 1 pas kort voor de vernietigingspogingen van 2004 en 2005 van de leaseovereenkomsten op de hoogte was. De stellingen en verklaringen van appellanten zijn inconsistent en onvoldoende geloofwaardig, terwijl Dexia aannemelijk heeft gemaakt dat de echtgenote al meer dan drie jaar voor de vernietigingspogingen bekend was met de overeenkomsten.
Daarnaast wijst het hof het beroep op dwaling af, omdat de leaseovereenkomsten voldoende duidelijk waren en appellanten redelijkerwijs maatregelen hadden moeten nemen om de inhoud te begrijpen. Het verweer van appellant sub 1 dat hij zich op verjaring kon beroepen wordt eveneens verworpen, omdat hem die bevoegdheid niet toekomt en de echtgenote geen partij is in de overeenkomst.
Uiteindelijk wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, met uitzondering van een vermindering van de in rekening gebrachte beëindigingskosten. Appellanten worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep af, met een vermindering van de in rekening gebrachte beëindigingskosten.