ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7236
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bezit vervalst reisdocument en toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag
De verdachte, afkomstig uit Syrië, werd vervolgd wegens het bezit van een vervalst Syrisch paspoort waarmee hij Nederland probeerde binnen te komen. Hij had gedurende drie jaar in Griekenland verbleven, waar hij als schilder werkte, maar had geen asiel aangevraagd. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag, omdat Griekenland niet als veilig land kan worden beschouwd.
Het hof oordeelde dat de verdachte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Griekenland vervolging of schending van mensenrechten moest vrezen, noch dat Griekenland zijn verplichtingen uit het Verdrag niet nakomt. Het beroep op artikel 31 werd Pro daarom verworpen. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 18 april 2011 in het bezit was van een vervalst reisdocument en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van voorarrest.
De straf is gebaseerd op artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het hof vond geen reden om af te wijken van de standaardstraf in vergelijkbare zaken en verwierp het verweer dat een lagere straf gunstig zou zijn voor een asielprocedure. De verdachte was niet aanwezig bij de zitting in hoger beroep en zijn verblijfplaats is onbekend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor bezit van vervalst reisdocument.