ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3119
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C. Toorman
- R.H. de Bock
- M.W.E. Koopmann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onvoldoende onderbouwing in faillissementszaak
In deze faillissementszaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 5 juni 2012 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van appellanten. Na een eerder tussenarrest waarin appellanten werden verzocht hun hoger beroep nader te onderbouwen, verschenen zij niet bij de voortgezette behandeling en lieten zij zich verder niet horen.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift onvoldoende duidelijkheid bood over de gronden van het hoger beroep, met name met betrekking tot de goeder trouw bij de belasting- en CJIB-schulden en de overschrijding van de termijn zoals bedoeld in artikel 3 jo Pro. 15b van de Faillissementswet. Hierdoor voldeed het beroepschrift niet aan de vereisten van artikel 359 in Pro samenhang met artikel 278, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Gelet op het ontbreken van een duidelijke omschrijving van de gronden werd appellanten de niet-ontvankelijkheid in hun hoger beroep opgelegd. Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting. Tegen dit arrest kan binnen acht dagen beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep wegens onvoldoende onderbouwing van de beroepsgronden.