ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2383
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing fiscale eenheid wegens ontbreken vaste inrichting en toerekening aandelen
Belanghebbende, een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap met feitelijke leiding op Bonaire, verzocht om fiscale eenheid met haar in Nederland gevestigde dochtermaatschappijen. De inspecteur wees deze verzoeken af omdat niet voldaan werd aan de vereisten van artikel 15 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, met name de vaste inrichtingseis en de toerekening van aandelen aan die vaste inrichting.
De rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, en het Hof bevestigt dit oordeel. Het Hof overweegt dat de moedermaatschappij geen materiële onderneming drijft met behulp van een in Nederland aanwezige vaste inrichting, omdat haar activiteiten niet verder gaan dan normaal actief vermogensbeheer, zoals verhuur van onroerende zaken aan groepsmaatschappijen.
Ook het beroep op een fictieve vaste inrichting faalt, aangezien belanghebbende geen buitenlandse belastingplichtige is en de aandelenbezit niet kan worden toegerekend aan een Nederlandse vaste inrichting. Daarnaast wordt het beroep op de vrijheid van vestiging en andere EU-rechten afgewezen omdat de Nederlandse Antillen niet als lidstaat worden aangemerkt en belanghebbende geen burger is in de zin van artikel 20 VWEU Pro.
Het Hof concludeert dat de fiscale eenheidverzoeken terecht zijn afgewezen en bevestigt de uitspraken van de rechtbank. De proceskosten worden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: De fiscale eenheidverzoeken zijn terecht afgewezen wegens het ontbreken van een materiële vaste inrichting en toerekening van aandelen.