ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8931
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kinderalimentatie als onderhoudsverplichting volgens Wet IB 2001
Belanghebbende, gescheiden en met twee minderjarige kinderen, bracht betaalde kinderalimentatie in mindering op zijn inkomen als onderhoudsverplichting volgens artikel 6.3 Wet IB 2001. De inspecteur erkende slechts een forfaitair bedrag en corrigeerde de rest.
Het geschil betrof de vraag of de kinderalimentatie, overgemaakt naar de bankrekening van de voormalige echtgenote, aftrekbaar is als onderhoudsverplichting. Het Hof oordeelde dat de wettelijke tekst en parlementaire geschiedenis geen inhoudelijke wijziging ten opzichte van de Wet IB 1964 beoogden.
De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat alimentatie ten behoeve van kinderen die aan de verzorgende ouder wordt betaald, niet aftrekbaar is als onderhoudsverplichting. Het Hof volgde deze lijn en bevestigde dat de kinderalimentatie niet als onderhoudsverplichting aftrekbaar is, maar als uitgaven voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar onder artikel 6.13 Wet IB 2001.
De rechtbankuitspraken werden bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat kinderalimentatie betaald aan de voormalige echtgenote niet aftrekbaar is als onderhoudsverplichting, maar als uitgaven voor levensonderhoud kinderen jonger dan 30 jaar.