ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5596
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.W. Hoekzema
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige opname in incidentenregister wegens hypotheekfraude
Appellanten, een hypotheekadviseur en diens vennootschap, zijn door ING opgenomen in het incidentenregister en het extern verwijzingsregister wegens verdenking van hypotheekfraude met valse inkomensbescheiden en werkgeversverklaringen. ING baseerde de opname op een paraplu-aangifte en interne onderzoeken, ondanks dat er geen strafrechtelijk onderzoek of veroordeling heeft plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de opname gerechtvaardigd was voor een deel van de fraude, maar niet voor alle gegevens, en stond het ING toe de zakelijke relatie te verbreken. Appellanten stelden in hoger beroep dat de onschuldpresumptie was geschonden en dat onvoldoende bewijs bestond voor de opname. Het hof bevestigde dat een strafrechtelijke veroordeling niet vereist is, maar dat voldoende concrete feiten en omstandigheden aanwezig moeten zijn die een bewezenverklaring kunnen dragen.
Het hof vond het bewijs, waaronder verklaringen van een derde en erkenningen van appellanten, toereikend om een strafbaar feit te vermoeden, maar gaf appellanten de gelegenheid om hun eigen bewijs aan te dragen, waaronder getuigenverklaringen en betalingsdocumenten. Het hof besloot verdere beslissing aan te houden en stelde een datum voor getuigenverhoor vast.
Uitkomst: Het hof staat appellanten toe bewijs te leveren en houdt verdere beslissing aan over de rechtmatigheid van opname in het incidentenregister.