ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3378
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.F. Thiessen
- G.J. Visser
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling territoriale werking derdenbeslag en verklaringsplicht bank over in buitenland geadministreerde tegoeden
Llanos Oil legde conservatoir derdenbeslag onder RBS (voorheen ABN AMRO) wegens een geschil met Ecopetrol over een beëindigde overeenkomst. RBS verklaarde dat het beslag zich alleen uitstrekt tot tegoeden in Nederland en niet tot rekeningen die zij in New York beheert. Llanos Oil betwistte deze uitleg en stelde dat de territoriale werking van het beslag zich ook uitstrekt tot de in New York geadministreerde tegoeden, omdat betaling ook in Nederland mogelijk is.
De voorzieningenrechter wees een vordering van Llanos Oil tot aanvullende verklaring af, maar het hof oordeelde in hoger beroep dat RBS onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de tegoeden in New York niet onder het beslag vallen. Het hof stelt dat RBS alsnog een nadere verklaring moet afleggen met feitelijke onderbouwing. Tevens overweegt het hof dat een bank in principe niet verplicht is tot onderzoek naar tegoeden in het buitenland, tenzij concrete aanwijzingen daarvoor bestaan.
Het hof wijst erop dat de discussie over de erkenning van het Nederlandse beslag door de New Yorkse rechter niet in kort geding kan worden beslist. Llanos Oil kan niet volstaan met de verklaring van RBS zonder nadere motivering. De zaak wordt verwezen voor nadere behandeling, waarbij RBS de gelegenheid krijgt haar standpunt nader toe te lichten en Llanos Oil daarop kan reageren.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen voor nadere verklaring door RBS over de in New York geadministreerde tegoeden, waarna verdere beslissing volgt.