ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0987
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing uitstelverzoek en navorderingsaanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd voor 2004, die zij betwistte. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in. Een belangrijk geschilpunt was het door belanghebbende ingediende uitstelverzoek voor de zitting bij de rechtbank, dat werd afgewezen vanwege onvoldoende gewichtige reden en te late indiening.
Het Hof oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het uitstelverzoek werd afgewezen, terwijl de gemachtigde tijdig en met een gewichtige reden (een reeds geboekte buitenlandse vakantie) had verzocht om uitstel. Dit is in strijd met de vereiste belangenafweging zoals voorgeschreven in jurisprudentie van de Hoge Raad.
Daarnaast is het niet duidelijk of het beroep gegrond is, mede omdat belanghebbende niet ter zitting kon verschijnen en daardoor niet adequaat kon reageren op stellingen van de inspecteur. Het Hof wijst de zaak daarom terug naar de rechtbank voor een hernieuwde behandeling in eerste aanleg, waarbij ook het verzoek om proceskostenvergoeding in eerste aanleg opnieuw zal worden beoordeeld.
In hoger beroep veroordeelt het Hof de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 2 februari 2012.
Uitkomst: Uitspraak rechtbank vernietigd wegens onvoldoende motivering afwijzing uitstelverzoek; zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.