ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7729
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.J. van der Kwaak
- S.F. Schütz
- C. Uriot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zekerheidstelling bij curator met negatieve boedel in aansprakelijkheidsverzekering
In deze zaak is aan de orde of de regeling van artikel 477a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ook geldt wanneer een curator met een negatieve boedel een procedure voert tegen een derde-beslagene. De curator voerde aan dat zekerheidstelling niet aan de orde is in faillissementssituaties en dat het stellen van zekerheid een onaanvaardbare doorbreking van de paritas creditorum inhoudt. Daarnaast stelde hij dat het recht om een verklaringsprocedure te voeren illusoir wordt bij een negatieve boedel.
Het hof oordeelt dat artikel 477a lid 2 Rv ook van toepassing is op curatoren die met een negatieve boedel procederen. Er is geen wettelijke bepaling die dit uitsluit. De zekerheidstelling leidt niet tot een rangregeling in de zin van de paritas creditorum, maar tot een feitelijke separatistpositie voor de derde-beslagene. Het hof verwierp het betoog dat het recht van de curator illusoir wordt door de zekerheidstelling.
Voorts stelde de curator dat een bankgarantie niet nodig is omdat de Dienst Justis een garantie biedt. Het hof oordeelde dat deze garantie minder zekerheid verschaft dan een bankgarantie volgens het meest recente NVB-model en dat Chubb daarom belang heeft bij zekerheidstelling.
Het hoger beroep van de curator faalt en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de curator af en bekrachtigt het vonnis dat zekerheidstelling voor proceskosten moet worden gesteld.