ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6177
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling kinderen en ex-echtgenote
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem inzake mishandeling van de kinderen en ex-echtgenote van verdachte. De tenlastelegging betrof mishandelingen in de periode van 1997 tot 2004. In eerste aanleg was het openbaar ministerie gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring voor feiten vóór 7 maart 2002.
In hoger beroep onderzocht het hof de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers, mede in het licht van gezamenlijke therapie en mogelijke 'collaborative storytelling'. Het hof concludeerde dat deze verklaringen onvoldoende betrouwbaar zijn en onvoldoende verankerd in objectief bewijs. Getuigen buiten de aangevers konden de mishandelingen niet bevestigen, en er was geen ander bewijs van letsel of geweld.
De deskundige van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) bevestigde dat nader onderzoek geen zin meer heeft vanwege de complexiteit en verstreken tijd. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep, verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor feiten vóór 7 maart 2002 en sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. De schadevergoedingsvorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.