ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2998
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt bindend karakter vaststellingsovereenkomst bij naheffing loonbelasting en boete
Belanghebbende, een vennootschap die fiscale adviesdiensten verleent, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting en een vergrijpboete over de jaren 2002 tot en met 2004. Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder vast en legde een boete op wegens grove schuld. Na bezwaar en een hoorgesprek werd een compromisvoorstel gedaan, waarin de naheffing en boete werden gematigd.
Belanghebbende betwistte aanvankelijk het compromis, maar bevestigde later haar akkoord in een brief. Het geschil richtte zich op de vraag of een vaststellingsovereenkomst was gesloten en of de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn gematigd moest worden. Het hof oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen en bindend was voor partijen.
Verder werd geoordeeld dat de redelijke termijn niet was overschreden omdat het geschil feitelijk was beëindigd met de vaststellingsovereenkomst. Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststellingsovereenkomst is bindend.