ECLI:NL:GHAMS:2011:BW7813
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Partnerpensioen toegekend na duurzame samenleving van circa een jaar
In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'duurzame samenleving' in artikel 11.1.b van het pensioenreglement centraal. Het hof stelde vast dat het reglement geen termijn voorschrijft voor de duur van een duurzame samenleving en dat het begrip ook kan worden toegepast als de samenleving met het oogmerk is aangegaan langdurig te zijn.
De Stichting Pensioenfonds voerde aan dat geen grief bestond tegen de uitleg van het begrip, maar het hof oordeelde dat het primaire standpunt van appellante recht geeft op partnerpensioen. De Stichting kon geen schriftelijke toelichting op het reglement aanleveren, waardoor het hof zich baseerde op de objectieve tekst en context van het reglement.
Het hof concludeerde dat de samenleving tussen appellante en haar partner van 11 november 2002 tot 7 oktober 2003 duurzaam was, ondanks het feit dat de partner ernstig ziek was en de samenleving vroegtijdig eindigde door overlijden. De vordering tot partnerpensioen en wettelijke rente werd toegewezen, terwijl de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het arrest vernietigt het eerdere vonnis en veroordeelt de Stichting tot betaling van partnerpensioen vanaf 7 oktober 2007, met wettelijke rente, en verwijst de Stichting in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de Stichting tot betaling van partnerpensioen vanaf 7 oktober 2007 met wettelijke rente.