ECLI:NL:GHAMS:2011:BV6085
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.W. Hoekzema
- G.J. Visser
- D.J. Oranje
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid in hoger beroep van tussenvonnis en openstelling tussentijds hoger beroep
In deze civiele procedure staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen een tussenvonnis centraal. Visser is in hoger beroep gekomen van een tussenvonnis van de rechtbank Alkmaar. Volgens artikel 337 lid 2 Rv Pro is hoger beroep tegen een tussenvonnis in beginsel niet toegestaan, tenzij de rechter dit expliciet heeft toegestaan.
Visser heeft een brief van de griffier overgelegd waarin staat dat de rolrechter tussentijds hoger beroep heeft toegestaan. Het hof stelt echter vast dat deze brief niet gelijkstaat aan een rechterlijke beslissing en dat het ontbreken van een expliciete rechterlijke toestemming tot twijfel leidt over de ontvankelijkheid van het beroep.
Het hof wijst erop dat de wettelijke regeling strikt moet worden gevolgd en dat zonder een rechterlijke beslissing het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Daarom wordt Visser in de gelegenheid gesteld alsnog de benodigde rechterlijke beslissing in het geding te brengen.
De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een latere rolzitting voor het indienen van deze beslissing. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 27 december 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het tussenvonnis is niet ontvankelijk tenzij de appellant alsnog een rechterlijke beslissing tot openstelling overlegt.