ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0074
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens onvoldoende bewijs privégebruik auto
Belanghebbende heeft in 2006 een Saab ter beschikking gekregen van zijn werkgever. Hij vroeg een verklaring geen privégebruik auto aan, welke aanvankelijk werd toegekend. De Belastingdienst stelde echter een naheffingsaanslag LB/PVV op wegens vermoedelijk privégebruik van de auto boven de 500 kilometer. Belanghebbende voerde aan dat hij minder dan 500 kilometer privé had gereden en overhandigde rittenregistraties en verklaringen ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat de rittenregistratie te onnauwkeurig en onbetrouwbaar was, mede door ontbrekende begin- en eindstanden van de kilometerteller, onvolledige adressen en onverklaarde verkeersovertredingen op dagen zonder geregistreerde ritten. Ook het overzicht van collega-gebruik voldeed niet aan de vereisten. De rechtbank verklaarde het beroep op de boete gegrond maar handhaafde de naheffingsaanslag.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel. Het Hof stelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat het privégebruik onder de 500 kilometer bleef, mede door het ontbreken van sluitend bewijs over de werkelijke kilometerstanden. Het Hof concludeerde dat de rittenregistratie en overige stukken onvoldoende waren om het privégebruik aannemelijk te maken en bevestigde de naheffingsaanslag. De boete was niet meer in geschil. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de auto minder dan 500 kilometer privé is gebruikt.