ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0061
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over garantstelling en schadevergoeding na faillissement huurders bedrijfsruimte
In deze zaak staat centraal of de moedervennootschap Romania Beheer B.V. aansprakelijk is voor betaling van huurpenningen en bijkomende kosten na de opzegging van de huurovereenkomst door de curator van haar failliete dochterondernemingen. De huurovereenkomst betrof bedrijfsruimte en was op grond van artikel 39 Faillissementswet Pro tussentijds beëindigd. De verhuurder vorderde betaling van huurpenningen over de periode na de opzegging, gebaseerd op een garantiebepaling in de huurovereenkomst.
De kantonrechter kende de vordering toe, maar het hof stelt vast dat de garantiebepaling slechts ziet op de nakoming van verplichtingen van de huurders zelf en niet op gevolgschade door de opzegging. Het hof volgt de uitleg van de Hoge Raad dat bij opzegging op grond van artikel 39 Fw Pro geen recht op schadevergoeding bestaat voor de verhuurder over de periode na de opzegging, omdat de huurprijs over die periode boedelschuld wordt.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van de verhuurder af. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest is gewezen door de rolraadsheer namens het hof op 20 december 2011.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de verhuurder tot schadevergoeding af en veroordeelt haar in de proceskosten.