ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8414
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wanbeleid en aansprakelijkheid bestuur en commissarissen Landis Group N.V.
De Ondernemingskamer Amsterdam heeft in haar beschikking vastgesteld dat Landis Group N.V. in de periode van 11 maart 1998 tot en met 10 april 2002 wanbeleid heeft gepleegd. Dit wanbeleid betreft onder meer een onverantwoord acquisitiebeleid met overnames van verlieslatende en technisch failliete ondernemingen tegen te hoge prijzen, een falend financieringsbeleid dat leidde tot ernstige liquiditeitsproblemen, en onjuiste, onvolledige en misleidende externe verslaggeving.
De raad van bestuur en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk gehouden voor dit wanbeleid. De Ondernemingskamer constateert dat het bestuur onvoldoende inzicht had in de financiële gevolgen van de acquisities en dat de raad van commissarissen tekortschiet in haar toezichtfunctie, mede door gebrek aan deskundigheid en onvoldoende formele besluitvorming.
De administratie van Landis was vanaf 1998 problematisch en bleef dat ondanks waarschuwingen. De managementinformatie was onvoldoende en de aansturing van het operationele beleid onder de maat. De externe verslaggeving gaf een vertekend beeld van de financiële positie en resultaten, wat mede mogelijk was door creatieve boekhoudpraktijken.
De Ondernemingskamer wijst erop dat bestuurders en commissarissen voldoende toegang hadden tot het archief, maar dat zij niet of nauwelijks gebruik hebben gemaakt van deze mogelijkheid. De onderzoekers hebben hun onderzoek zorgvuldig uitgevoerd, ondanks beperkingen in de beschikbaarheid van documenten.
Ten slotte veroordeelt de Ondernemingskamer enkele bestuurders en commissarissen hoofdelijk tot betaling van de kosten van het onderzoek aan de curatoren in het faillissement van Landis Group N.V. De uitspraak onderstreept het belang van verantwoord ondernemerschap en adequaat toezicht binnen beursgenoteerde ondernemingen.
Uitkomst: Vaststelling van wanbeleid bij Landis Group N.V. en hoofdelijke veroordeling van enkele bestuurders en commissarissen tot betaling van de onderzoekskosten.