ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6291
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen en boetes in Rekeningenproject KB-Luxbank
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde beroepen van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting en bijbehorende boetebeschikkingen opgelegd in het kader van het Rekeningenproject, waarbij buitenlandse bankrekeningen bij de Kredietbank Luxemburg (KB-Luxbank) centraal stonden.
Belanghebbende had geen gegevens over deze rekeningen opgegeven in zijn belastingaangiften en had ook niet voldaan aan verzoeken tot het verstrekken van informatie. De inspecteur baseerde zijn aanslagen mede op fotokopieën van microfiches met rekeninggegevens, waarvan het hof de rechtmatigheid van verkrijging en het bewijs van rekeninghouderschap bevestigde. Diverse verzoeken van belanghebbende tot het horen van getuigen en het leveren van aanvullend bewijs werden afgewezen wegens onvoldoende concrete aanwijzingen.
Het hof oordeelde dat de inspecteur terecht gebruik maakte van de bevoegdheid tot navordering op grond van artikel 16, lid 4, AWR en dat toepassing van de verlengde navorderingstermijn niet in strijd was met EU-recht. De navorderingsaanslagen werden verminderd op basis van een redelijke schatting van het belastbare inkomen en vermogen, rekening houdend met door belanghebbende verstrekte bankgegevens.
De opgelegde boetes werden grotendeels gehandhaafd op 80% van de nagevorderde belasting, gelet op het opzet van belanghebbende om vermogen buiten het zicht van de fiscus te houden. Het hof verwierp bezwaren tegen de bewijslastverdeling en de hoogte van de boetes, evenals klachten over termijnoverschrijding, hoewel het hof enkele vertragingen in de procedure constateerde.
Ten slotte werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof vermindert de navorderingsaanslagen en boetes en veroordeelt de inspecteur tot proceskostenvergoeding.