ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6559
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medewerking ondanks taal- en zorgbeperkingen
Appellante, geboren in 1971 en gehuwd met T, werd samen met haar partner toegelaten tot de schuldsaneringsregeling in oktober 2008. Hun gezamenlijke schulden bedroegen ruim €32.000. Ondanks verlenging van de regeling tot juli 2012, heeft appellante onvoldoende voldaan aan haar verplichtingen, met name de sollicitatieplicht en het informeren van de bewindvoerder.
Appellante stelde dat haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal, haar zorgtaken voor drie minderjarige kinderen en haar psychische klachten haar belemmerden om volledig aan haar verplichtingen te voldoen. Zij voerde aan dat zij zich naar vermogen heeft ingezet, maar dit werd niet met stukken onderbouwd. De bewindvoerder was volgens haar op de hoogte, maar miscommunicatie door taalproblemen speelde een rol.
Het hof oordeelde dat appellante toerekenbaar tekort is geschoten in haar medewerking. Zij is meerdere malen gewezen op haar verplichtingen en heeft ondanks verlenging van de regeling niet aan haar sollicitatieplicht voldaan, noch medische bewijsstukken overlegd. Haar taalachterstand en zorgtaken ontslaan haar niet van de verplichting om zich maximaal in te spannen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medewerking van appellante.