ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6517
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onjuiste informatie en achterhouden gegevens
Appellant werd op 7 december 2007 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van circa €180.000. Tijdens de verificatievergadering trok schuldeiser Obvion haar vordering in, omdat het CJIB via een strafrechtelijke inningsprocedure een schadevergoedingsmaatregel van €120.000 op appellant zou verhalen. Uit het strafvonnis van 29 april 2008 bleek dat appellant medepleger was van opzettelijk gebruik van valse documenten om een hypothecaire lening te verkrijgen. Hij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.
Appellant betwistte dat hij feiten had verzwegen en stelde dat de bewindvoerder op de hoogte was van de strafprocedure. Hij erkende dat de schuld aan Obvion bekend was en dat de straf grotendeels voorwaardelijk was. Het hof oordeelde echter dat appellant bij toelating niet had gemeld dat hij verdachte was in een strafproces, wat zonder twijfel tot afwijzing van het verzoek tot schuldsanering had geleid. Tevens had appellant later informatie achtergehouden, waardoor hij zijn informatieplicht schond.
Het hof bevestigde dat de schuldsaneringsregeling terecht was beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro f Fw. De rechtbank had de regeling beëindigd zonder toekenning van de schone lei. Het hoger beroep werd behandeld op 31 mei 2011 en het arrest werd uitgesproken op 17 juni 2011. Het hof bekrachtigde de eerdere beslissing en wees op het recht tot cassatie binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van appellant wordt beëindigd wegens onjuiste informatie en het achterhouden van strafrechtelijke feiten.