ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4676
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrekbaarheid bouwrente bij aankoop nieuwbouwwoning
Belanghebbende kocht in 2005 een nieuwbouwwoning waarvoor een bouwrente van € 10.000 was gefixeerd. De inspecteur stelde dat slechts een deel van deze rente aftrekbaar was, omdat een deel betrekking had op de periode vóór het sluiten van de koop-/aannemingsovereenkomst en dus tot de koopsom behoorde.
De rechtbank had het standpunt van belanghebbende gevolgd dat de gehele bouwrente aftrekbaar was. Het Hof stelde echter vast dat uit de koop-/aannemingsovereenkomst en correspondentie blijkt dat slechts een deel van de bouwrente betrekking heeft op de periode na het sluiten van de overeenkomst en daarom aftrekbaar is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur nooit het gehele bedrag had toegezegd als aftrekbaar.
Daarnaast oordeelde het Hof dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van de kosten van de bezwaarfase, omdat hiervoor geen verzoek was gedaan vóór de uitspraak op bezwaar. Wel werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de procedures in eerste aanleg en hoger beroep.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en stelde het belastbaar inkomen vast op € 24.395, met een kostenveroordeling van € 1.949 ten laste van de inspecteur.
Uitkomst: Het Hof acht slechts een deel van de bouwrente aftrekbaar en wijst het beroep deels toe; het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt en de kostenvergoeding wordt beperkt toegekend.