ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2036
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid gewelddadig overlijden en diefstal met geweld
Op 5 september 2007 werd het slachtoffer in Amsterdam gewelddadig mishandeld en neergeschoten, hetgeen leidde tot zijn overlijden. Verdachte werd primair beschuldigd van doodslag in vereniging met diefstal, bedreiging en afpersing met geweld, medeplegen en het verschaffen van middelen en gelegenheid.
Het hof heeft uitgebreid onderzoek verricht, waaronder getuigenverhoren, technisch en telecommunicatieonderzoek. Ondanks aanwijzingen over telefoongebruik en aanwezigheid van verdachte in de nabijheid van het delict, kon niet met de vereiste zekerheid worden vastgesteld welk aandeel verdachte had in het incident.
De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was. Het hof volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Ook de vorderingen van benadeelden tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van schuld van verdachte.
De vrijspraak werd anders gemotiveerd dan de rechtbank, die eveneens vrijspraak had uitgesproken. De gevangenneming en schadevergoedingsmaatregel werden afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij het gewelddadige overlijden en aanverwante strafbare feiten.