ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0349
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag vennootschapsbelasting 2004 na bezwaar en hoger beroep
Belanghebbende had voor het jaar 2004 geen aangifte vennootschapsbelasting ingediend, waarna de inspecteur ambtshalve een aanslag van €10.000 oplegde met een verzuimboete van €340. Belanghebbende maakte bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard, waarna beroep bij de rechtbank werd ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond, maar na verzet werd de zaak terugverwezen naar de inspecteur die de aanslag handhaafde.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam stond centraal of de inspecteur de belastbare winst terecht op €10.000 had geschat en of belanghebbende in rechte een te respecteren vertrouwen had in de controle van de administratie door de inspecteur. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende had aangetoond dat de aanslag onjuist was, mede vanwege gemotiveerde betwisting van de inspecteur over de aangeleverde stukken en boekingen.
Daarnaast werd het incidenteel hoger beroep van de inspecteur behandeld, waarin werd gevorderd dat belanghebbende in de proceskosten werd veroordeeld wegens kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht. Het Hof oordeelde dat hiervan geen sprake was, omdat het niet tijdig indienen van de aangifte reeds administratief werd gesanctioneerd en het late indienen van stukken niet automatisch misbruik van procesrecht oplevert.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het incidenteel hoger beroep af. De proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer op 30 juni 2011.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de belastingaanslag van €10.000 en wijst het incidenteel hoger beroep af.