ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2796
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Geen dotatie aan herinvesteringsreserve wegens ontbreken vervangingsvoornemen
Belanghebbende, een beleggingsmaatschappij, had een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd na verkoop van beleggingspanden. Zij investeerde in een kantoorpand dat zij claimde als vervangende investering voor de HIR. De inspecteur corrigeerde de HIR omdat het pand spoedig werd verkocht, wat volgens hem duidt op een bestemming voor omzet en niet voor duurzame exploitatie.
De rechtbank oordeelde dat het kantoorpand niet als bedrijfsmiddel gold maar voor verkoop bestemd was, mede vanwege de korte periode tussen oplevering en verkoop en het ontbreken van aannemelijk bewijs voor verhuurintentie. Belanghebbende stelde dat zij het pand wilde verhuren, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het Hof bevestigde dat de boekwinst uit de verkoop niet aan de HIR mag worden toegevoegd en dat het ontbreken van een herinvesteringsvoornemen per ultimo 2005 betekent dat de HIR vrijvalt. Ook wees het Hof het verzoek om kostenvergoeding af omdat de aanslagcorrectie niet aan de inspecteur te wijten was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting inclusief correctie van de herinvesteringsreserve wordt bevestigd.