ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0143
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte voorziening dubieuze debiteuren volgens goed koopmansgebruik in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een franchiseorganisatie actief in consumentenelektronica, vormde in haar commerciële jaarrekening voorzieningen voor dubieuze debiteuren die aanzienlijk hoger waren dan de door de inspecteur aanvaarde fiscale voorzieningen. De voorzieningen waren gebaseerd op een percentage van de omzet en een zogenaamd dynamisch waarderingssysteem, waarbij individuele toetsing werd betwist.
De rechtbank stelde vast dat de waardering volgens goed koopmansgebruik alleen mag worden gebaseerd op feiten en omstandigheden die op balansdatum aanwezig zijn. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat haar methode, gebaseerd op omzetpercentages en individuele toetsing, voldoende feitelijke onderbouwing had. De inspecteur baseerde zijn standpunt op een afloopcontrole van betalingen op dubieuze debiteuren.
Het hof bevestigde deze beoordeling en benadrukte dat fiscale waardering andere normen hanteert dan commerciële jaarrekeningen. De door belanghebbende gebruikte methode voldeed niet aan de fiscale maatstaven, en het bewijsaanbod werd niet gehonoreerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.