ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6142
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stikstofcorrectie voor pluimveehouderij in voormalige deeppitstal
Belanghebbende exploiteert een pluimveehouderij met leghennen gehuisvest in stallen die oorspronkelijk deeppitstallen waren, maar na aanpassing ook leghennen in het oorspronkelijke mestopslaggedeelte huisvesten.
De kern van het geschil betreft de vraag of belanghebbende recht heeft op de hogere stikstofcorrectie die geldt voor deeppitstallen volgens artikel 2, derde lid, van het Besluit stikstofcorrectie Meststoffenwet. De rechtbank had reeds geoordeeld dat de huisvestingsvorm van belanghebbende wezenlijk verschilt van deeppitstallen en dat de regelgeving niet leidt tot willekeurige of onredelijke belastingheffing.
Het Hof volgt dit oordeel en stelt dat de keuze van de besluitgever binnen de ruime beoordelingsbevoegdheid valt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur wordt verworpen wegens onvoldoende toetsbare voorbeelden. Ook is niet aannemelijk dat de naheffingsaanslagen te hoog zijn vastgesteld.
De uitspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen worden bevestigd.