ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5126
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt naheffingsaanslagen afvalstoffenbelasting wegens kwalificatie locatie als werk
Belanghebbende, eigenaar van een voormalige stortplaats, voerde een sanering uit door het aanbrengen van secundaire grondstoffen als onderdeel van een civieltechnisch noodzakelijke IBC-constructie. De inspecteur legde naheffingsaanslagen afvalstoffenbelasting en een vergrijpboete op over de jaren 1999 tot en met 2004, stellende dat sprake was van een inrichting waar afvalstoffen werden verwijderd.
De rechtbank had de naheffingsaanslagen gehandhaafd en de boete verminderd, maar het Hof stelt vast dat de locatie niet als inrichting maar als een 'werk' moet worden gekwalificeerd. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad, waarin een werk wordt gekenmerkt door nuttige toepassing van afvalstoffen op een speciale afzonderlijke locatie zonder heropening van een stortplaats.
Het Hof weegt mee dat de sanering civieltechnisch noodzakelijk was, dat alleen bepaalde afvalstromen mochten worden gebruikt conform vergunningen, en dat de locatie sinds 1980 was gesloten en afgedekt. De sanering had een zuiver functioneel karakter en er was geen sprake van heropening van de stortplaats.
Daarom vernietigt het Hof de naheffingsaanslagen en de boete, en vergoedt het griffierecht aan belanghebbende. Het incidentele hoger beroep van de inspecteur faalt. De uitspraak bevestigt dat nuttige toepassing van afvalstoffen in een civieltechnisch noodzakelijke constructie op een speciale locatie buiten de afvalstoffenbelasting valt.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen afvalstoffenbelasting en de vergrijpboete worden vernietigd omdat de locatie kwalificeert als een werk in de zin van de wet.