ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3496
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake huurprijsverlaging en ontbinding huurovereenkomst
Appellant is eigenaar van een pand waarvan geïntimeerden sinds 1988 woonruimte huren. Geïntimeerden verzochten om huurprijsverlaging, welke door de huurcommissie werd toegewezen. Appellant verzette zich hiertegen, maar de kantonrechter vernietigde het verzet en wees zijn vorderingen af.
Appellant stelde in hoger beroep een eiswijziging in met vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en huurprijswijziging op grond van onvoorziene omstandigheden. De kantonrechter verklaarde het verzet van geïntimeerden tegen deze eiswijziging gegrond, waardoor appellant niet op deze vorderingen kon worden ontvangen.
Het hof oordeelde dat tegen deze beslissing geen hoger beroep openstaat op grond van artikel 130 lid 2 Rv Pro, ook niet bij doorbrekingsgronden. Verder viel het geschil onder het appelverbod van artikel 7:262 lid 2 BW Pro, omdat het betrekking had op de redelijkheid van de huurprijs waarover de huurcommissie uitspraak deed.
Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees de vorderingen af. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en zijn vorderingen zijn afgewezen.